Welke luchtvochtigheid stel je in op een luchtontvochtiger?

Dynter AirPure DH251 luchtontvochtiger

De meeste luchtontvochtigers met een instelbare hygrostaat vragen je om een gewenste luchtvochtigheid in te voeren, meestal tussen 30 en 80 procent. Welke waarde je het beste kiest, hangt af van de ruimte en het doel.

Een goed gemiddelde: 45 tot 60 procent

Voor de meeste woonruimtes geldt een relatieve luchtvochtigheid tussen 45 en 60 procent als comfortabel en gezond. Binnen die bandbreedte voelt de lucht niet te droog en niet te vochtig aan, en is het risico op schimmelgroei of huisstofmijt beperkt. Veel mensen stellen hun luchtontvochtiger daarom in op ongeveer 50 tot 55 procent als vast streefpunt.

Per ruimte kan het instelpunt verschillen

  • Slaapkamer: hier geven veel mensen de voorkeur aan iets aan de lage kant van de bandbreedte, zo rond de 45 tot 50 procent, omdat dit vaak prettiger aanvoelt tijdens het slapen.
  • Woonkamer: 50 tot 55 procent is hier een gangbare, comfortabele instelling.
  • Kelder, badkamer of wasruimte met vochtprobleem: hier kun je tijdelijk een lagere waarde instellen, bijvoorbeeld 40 procent, om bestaand vocht sneller weg te werken. Zodra de ruimte droog aanvoelt, kun je de instelling weer verhogen naar een comfortabeler niveau.

Waarom te laag instellen niet verstandig is

Het is verleidelijk om de luchtontvochtiger continu op een lage waarde te laten draaien "voor de zekerheid", maar dat heeft nadelen. Te droge lucht kan bijdragen aan een droge huid, geïrriteerde luchtwegen en meer statische elektriciteit. Ook houten vloeren, meubels en instrumenten kunnen gaan krimpen of scheuren bij langdurig te droge lucht. Een instelling onder de 40 procent is voor een gewone woonruimte zelden nodig of wenselijk.

Waarom te hoog instellen het probleem niet oplost

Stel je de hygrostaat in op bijvoorbeeld 70 procent, dan grijpt het apparaat pas in bij een waarde waarbij schimmel en huisstofmijt zich al prima kunnen ontwikkelen. Vanaf ongeveer 60 tot 65 procent luchtvochtigheid neemt het risico op vochtproblemen merkbaar toe, dus een instelpunt daar ver boven heeft weinig zin als je vocht juist wilt beperken.

Controleren en bijstellen

Het is slim om de ingestelde waarde af en toe te controleren met een losse hygrometer, zeker als die op een andere plek in de kamer staat dan het apparaat zelf. Pas de instelling ook aan per seizoen: in de winter is de lucht van nature droger door het stoken, in de zomer juist vochtiger, waardoor een vaste instelling niet altijd het hele jaar even goed werkt.

Let op bij ruimtes met houten vloeren of instrumenten

Heb je een houten vloer, antieke meubels of een muziekinstrument zoals een piano of gitaar in de ruimte staan, dan is het extra belangrijk om niet te laag in te stellen. Hout reageert gevoelig op schommelingen in luchtvochtigheid en kan bij langdurig te droge lucht gaan krimpen, kraken of scheuren. Voor dit soort ruimtes wordt vaak een instelling tussen 45 en 55 procent aangehouden, met zo weinig mogelijk grote schommelingen gedurende het jaar.

Ons advies

Begin met een instelling van 50 tot 55 procent en stel daarna een paar dagen bij op basis van wat voor jouw ruimte prettig aanvoelt. De Dynter AirPure DH251 maakt dit eenvoudig: je stelt de gewenste luchtvochtigheid in en het apparaat regelt vervolgens zelf wanneer het aan of uit moet.

Delen